Japan heeft de op twee na grootste farmaceutische markt ter wereld, na de Verenigde Staten en China. Dit betekent dat het land een belangrijke speler is in de ontwikkeling en productie van medicijnen. Tot nu toe stond Japan bekend om zijn zorgvuldige en langdurige onderzoeks- en ontwikkelingsprocessen, waarbij wetenschappelijke haalbaarheid en technische validatie centraal stonden. Maar deze aanpak verandert langzaam maar zeker. Steeds vaker gaat de aandacht niet meer alleen naar *hoe* iets werkt, maar vooral naar *hoe snel* het kan worden gerealiseerd. Dit heeft gevolgen voor hoe Japan samenwerkt met internationale partners en externe bedrijven die medicijnen ontwikkelen en produceren.
Tijdens het CPHI Japan forum dit jaar was al te zien dat gesprekken minder gingen over technische details en meer over deadlines, schaalbaarheid en zekerheid in de uitvoering. Zelfs de kledingstijl van de deelnemers veranderde: van strikte pakken en gepoetste schoenen naar casual kleding zoals sportschoenen. Dit laat zien dat Japan minder formeel wordt en meer gericht is op praktische oplossingen en samenwerking op wereldniveau.
Voor bedrijven die medicijnen ontwikkelen en produceren (zoals contract development and manufacturing organisations, ofwel CDMO’s) betekent deze verandering dat Japan nu eerder kijkt naar betrouwbaarheid in de productie. Traditioneel werkte Japan met lange ontwikkeltrajecten, waarbij alles zelf werd onderzocht en gecontroleerd. Maar door toenemende concurrentie uit het buitenland, wereldwijde regelgeving, een vergrijzende bevolking en de noodzaak om kosten te beheersen, moet Japan nu sneller handelen. De farmaceutische markt in Japan is in 2025 ongeveer ¥11,9 biljoen (ongeveer 76-83 miljard dollar) waard, maar door prijsverlagingen op medicijnen en meer concurrentie van generieke geneesmiddelen staan bedrijven onder druk om efficiënter te werken.
Sharadsrikar Kotturi, hoofdwetenschapper bij het Indiase CDMO Neuland Laboratories, merkt op dat de gesprekken met Japanse bedrijven de afgelopen twintig jaar zijn veranderd. “Tien jaar geleden ging het vooral over het begrijpen van mechanismen en processen,” zegt hij. “Tegenwoordig gaat het steeds vaker over de snelheid van levering en zekerheid in kosten.” Hoewel Japan nog steeds veel waarde hecht aan wetenschappelijke nauwkeurigheid, wordt er nu ook gekeken naar de risico’s in de uitvoering en hoe snel een medicijn op de markt kan komen.
Dit betekent dat Japanse bedrijven steeds vaker gaan samenwerken met externe partners voor de productie en ontwikkeling van medicijnen. Tot nu toe was Japan vooral zelfstandig en werkte het weinig samen met buitenlandse bedrijven. Maar door de druk om sneller te werken en efficiënter te produceren, is deze aanpak aan het veranderen. Toch blijft het proces langzaam en voorzichtig. “Uitbesteden wordt voor veel Japanse bedrijven noodzakelijk om te overleven,” aldus Kotturi. “Maar de procedures voor het selecteren en goedkeuren van partners zijn nog steeds lang en conservatief in vergelijking met westerse normen.”
Ook op het gebied van medicijnontwikkeling is er een verschuiving. Zo wordt er steeds meer gekeken naar peptiden, complexe moleculen die gebruikt worden voor medicijnen tegen bijvoorbeeld stofwisselingsziekten en obesitas. Hoewel de vraag naar peptiden stijgt, is de productie ervan lastig. Peptiden zijn gevoelig voor kleine veranderingen tussen batches en onzuiverheden kunnen gemakkelijk optreden. Dit maakt het moeilijk om ze op grote schaal op dezelfde manier te produceren. Kotturi zegt hierover: “De chemie van peptiden is eenvoudig, maar de uitdaging zit in het beheersen van wat er verder nog kan ontstaan tijdens de productie.”
Om aan de groeiende vraag te voldoen, breidt Neuland Laboratories zijn capaciteit voor peptideproductie uit met een nieuw laboratorium in Hyderabad, India. Voor Japanse bedrijven, die veel waarde hechten aan validatie en betrouwbaarheid, is het belangrijk om samen te werken met partners die bewezen ervaring hebben met de productie van peptiden. Dit zorgt ervoor dat Japanse bedrijven steeds vaker gaan samenwerken met internationale CDMO’s, ook al houden ze vast aan hun eigen manier van werken.
Een andere verandering is dat Japanse bedrijven hun afhankelijkheid van China voor belangrijke grondstoffen aan het verminderen zijn. Door geopolitieke spanningen en mogelijke verstoringen in de toeleveringsketen willen ze minder risico lopen. India en Vietnam worden steeds vaker gezien als alternatieve productielocaties. Toch is het volledig loskoppelen van China niet haalbaar, omdat het land nog steeds een belangrijke rol speelt in de wereldwijde farmaceutische productie.
Ondanks deze veranderingen blijft Japan een unieke aanpak hebben. Beslissingen worden nog steeds langzaam genomen, samenwerkingen vereisen uitgebreide validatie en de technische eisen blijven hoog, zelfs in vergelijking met andere landen. Kotturi merkt op: “Japanse bedrijven denken in termen van 50 tot 100 jaar. Dat is zowel een kracht als een beperking.” Maar er zijn ook kleine maar betekenisvolle veranderingen, zoals het gebruik van Engels op wetenschappelijke congressen en de grotere deelname van internationale partners.
Al met al verandert Japan zijn farmaceutische sector niet volledig, maar past het zijn traditionele aanpak aan aan de wereldwijde druk. Waar voorheen vooral technische diepgang belangrijk was, wordt nu ook gekeken naar snelheid, schaalbaarheid en betrouwbaarheid in de uitvoering. Voor internationale CDMO’s betekent dit dat ze hun samenwerking met Japanse bedrijven moeten aanpassen. Waar voorheen vooral technische expertise werd gevraagd, wordt nu ook verwacht dat ze op tijd kunnen leveren op industriële schaal en betrouwbaar kunnen produceren.